Scheldebekerwedstrijd

Nostalgie in Zeeland
Wim Buijs, voorjaar 1997

Zeeland en met name Vlissingen kende in het verleden, en dan praat ik in de periode tot half in de jaren 60, de befaamde "Scheldebekerwedstrijd". Het was een zwemwedstrijd over de monding van de Westerschelde van Nieuwvliet naar Vlissingen. De afstand was hemelsbreed ongeveer 6 kilometer maar door de soms felle stromingen in het water legden de maximaal 20 deelnemers/sters veel meer kilometers af. Grote namen van vroeger waaronder Jan Stender, Herman Willemse en Lenie de Nijs kwamen op de startlijsten voor.

Toelatingseisen
Er werden nooit meer dan 20 personen toegelaten tot deze zware wedstrijd. Zwaar vanwege de verraderlijke stromingen en de golfslag. De golfslag mocht nooit te hoog zijn want bij windkracht 5 à 6 werd de wedstrijd afgelast. Mist kon ook een spelbreker zijn want dan was de overtocht veel te gevaarlijk. Iedereen die zich had ingeschreven moest over een geldige startvergunning beschikken en ervaring hebben in langebaanzwemmen. Bovendien moest iedereen in een goede gezondheid verkeren.

Keuring
Alle deelnemers moesten vroeg op de dag van de wedstrijd een medische keuring ondergaan en daarvoor had de organiserende vereniging "De Zeehond" een speciale arts beschikbaar. Die was erg streng, want er werd nogal eens iemand afgekeurd voor deze wedstrijd. Er kon dan altijd nog een reserve worden aangewezen.

Begeleiding
Elke zwemmer kreeg de begeleiding van een aparte boot met roeiers van de Vlissingse Zeeverkenners. Elke boot had een nummer dat correspondeerde met het mutsnummer van de zwemmer. In elke boot zat ook een lid van de Vlissingse reddingsbrigade en een jurylid.

De start
De meeste deelnemers aan deze wedstrijd zullen zich ongetwijfeld de start herinneren. Eerst werden alle volgboten met de roeiers, de juryleden en de zwemmers naar het torentje van Nieuwesluis overgevaren. Onderweg werden de lijven ingesmeerd met dikke lagen vet om het meestal koude zeewater te kunnen trotseren. Ook het Nederlandse Loodswezen, dat in Vlissingen was gezeteld, gaf zijn medewerking door het beschikbaar stellen van een tenderboot en een loods, die het tijdstip van de start bepaalde. De loods was altijd erg belangrijk want het tijdstip van de start hield verband met het getij.

Een kwartier voor hoogwater werd het startsein gegeven. De zwemmers gingen dan nog even met de vloedstroom mee en in het "dode tij", dat ongeveer een kwartier duurde, moest dan snel de overtocht worden gemaakt. Dan kwamen de zwemmers in de ebstroom bij Vlissingen terecht en werden ze "meegenomen" tot aan het badstrand in Vlissingen waar de finish was. Was de loods te vroeg met zijn startsein dan zaten ze veel te lang in de vloedstroom en zwommen dan in de richting van Antwerpen in plaats van naar de overkant. Was hij te laat dan was het omgekeerde het geval en was de stroom bij Vlissingen zo sterk dat het badstrand moeilijk te bereiken was. Het meest moeilijke na het startsein was voor de roeiers in de volgboten het vinden van hun zwemmer. Het duurde soms geruime tijd voordat boot en zwemmer waren verenigd. Dat was een van de gevaarlijkste momenten van de race.

Communicatie
In die tijd waren de verbindingsmiddelen mondjesmaat beschikbaar of helemaal niet. De tender van het Loodswezen met de voor Vlissingen toepasselijke naam "Frans Naerebout" onderhield de verbinding met de wal in Vlissingen.

De finish
Op de Boulevard bij het badstrand stond het zwart van het volk want iedereen wilde toch maar niets missen van het moment van de landing. Via luidsprekers werden de wachtenden zo nu en dan geïnformeerd. Zij konden in de verte wel de roeiers zien waaruit kon worden opgemerkt dat er een zwemmer in aantocht was. Toeschouwers met sterke verrekijkers probeerden dan het nummer van de boot te ontdekken om zo te weten te komen wie er in de buurt zwom. Maar het gebeurde nogal eens dat de boot een andere zwemmer begeleidde......!!! Het Rode Kruis ving de zwemmers op met dekens en warme dranken.

De scheepvaart
In die tijd was het nog mogelijk dat de scheepvaart van en naar Antwerpen werd stilgelegd. Er kwam vanuit scheepvaartkringen steeds meer protesten omdat het wachten van schepen veel geld kostte en dat dit niet meer verantwoord was. Het gevolg was dat Rijkswaterstaat geen toestemming meer gaf voor het houden van deze voor Zeeland en Nederland zo unieke wedstrijd.

De "Kanaalrace"
In enig jaar gebeurde het dat de Scheldebekerwedstrijd op het laatste moment nog moest worden afgelast vanwege de sterke wind. In zo'n geval werd dan gebruik gemaakt van een alternatief, het Kanaal door Walcheren. De start was dan in Vlissingen en men zwom naar Middelburg waar dan de finish was. Voor menigeen was dit maar surrogaat want je miste de spanning van de zee met zijn verraderlijke stromingen.

Toen bleek dat het organiseren van de wedstrijd over de monding van de Westerschelde tot het verleden behoorde pakte de vereniging de Stormvogel, in 1971 ontstaan uit een fusie tussen de zwemclub "De Zeehond" uit Vlissingen en het Souburgse S.Z.V., de draad weer op met de organisatie van een langebaanwedstrijd voor Zeeland over een afstand van drie kilometer. In 1976 werd deze wedstrijd internationaal.

Met uitzondering van 1990, toen was het Kanaal door Walcheren door werkzaamheden niet beschikbaar, is deze wedstrijd een niet meer weg te denken nationaal evenement. Het eerste Open Nederlands Kampioenschap Langebaan Zwemmen werd in 1996 in Vlissingen gehouden. Vlissingen is voor de meeste langebaanzwemmers van deze tijd een begrip geworden.

Voor de wat oudere zwemmers is deze wedstrijd maar "surrogaat". Die denken met weemoed terug aan de tijd van de sterke stromingen, de golven, het niet kunnen vinden van de juiste volgboot en het koude water. Dat was pas echt zwemmen in die overtocht van Nieuwesluis naar Vlissingen, de befaamde "Scheldebekerzwemwedstrijd".


In de zomer van 2014 wordt deze heroische wedstrijd eenmalig georganiseerd door de Stichting Zwemmen langs Walcheren. Meer informatie op de website: http://www.zwemmenlangswalcheren.nl